dina

medium

Categorie: Uncategorized Page 1 of 6

Tanja, het besef

Op een avond ga ik naar een vriendin toe, Tanja heet ze. We kennen elkaar al langer, hebben elkaar ooit op een feest ontmoet, maar weinig contact gehad al die jaren. Tanja had intussen een relatie en die is net uit. Daarom heeft Tanja, weer contact gezocht en zo wordt onze vriendschapsband uitgediept. Ze begint over haar moeder die al een paar jaar is overleden. Ze vermoedt dat ze haar aanwezigheid wel eens voelt. Tanja was altijd erg ongelovig. Geloofde helemaal niet in al dit soort dingen, tot haar moeder doodging en ze ineens dacht haar aanwezigheid te voelen. Ze vroeg hoe ik erover dacht, dus ik besloot om een pendel te maken en te gaan kijken of haar moeder er soms inderdaad is.

Ik heb haar moeder nog nooit ontmoet, haar overleden vogel nooit gezien, haar opa nooit ontmoet. Het enige wat ik van verhalen van Tanja weet is dat het contact tussen haar en haar moeder nooit prettig verliep. Dat ze daar weinig contact mee had en ook niet echt wilde en dat ze eigenlijk niets wist over haar vader en dat haar moeder haar daar ook niets over wilde vertellen. Die verhalen staan mij echter niet meer bij op het moment van de reading en de informatie is erg summier geweest. Ik besluit Tanja leren om te pendelen. Tanja stelt eerst de vraag of ze mag pendelen. Het antwoord is ‘nee.’ Daarop besluit ik om de pendel over te nemen en te gaan pendelen.

Ik vraag als eerste of Tanja’s moeder er is en krijg meteen een ‘ja.’

Dan komt er een luchtdruk opzetten, het voelt warm aan. Het houdt halt bij de tafel waar wij zitten. Ik zeg bewust nog niets, maar Tanja zegt het gelijk: “Ik voel iets, is dat mijn moeder?” Ik kan (gevoelsmatig) beamen dat het Tanja’s moeder is. Tanja’s moeder begint te praten. Ik kan haar ‘horen’ en geef alles door wat haar moeder zegt. Haar moeder heeft spijt dat ze er niet genoeg voor haar dochter is geweest. Dat maakt ze nu goed door heel veel bij haar te zijn. Haar moeder zegt, dat ze in het leven egoïstisch geweest is en geen rekening heeft gehouden met de gevoelens van haar dochter. Tanja herkent dit. Tanja stelt de vraag of de verhalen van haar oom over het verleden van haar moeder kloppen. Ik hoor geen antwoord op deze vraag, dus pak de pendel er weer bij. Ik voel dan de aanwezigheid van Tanja’s moeder vluchten. Pijlsnel de ruimte verlaten.

Toch probeer ik nog antwoord te krijgen op de vraag. Terwijl ik focus op de pendel, zie ik Tanja verschrikt kijken en vraag ik mij af hoe ik Tanja moet gaan vertellen dat haar moeder gewoon gevlucht is. Alweer zegt Tanja het zelf: “Ze is weg hé? “

“Ja, sorry,” geef ik toe. Wij voelen dus beiden tegelijkertijd de entiteit vertrekken!

Tanja raakt hevig geëmotioneerd: “Nu had ik haar te spreken en jaag ik haar weg met zo’n stomme vraag! Wat dom van me!”

Ik stel haar gerust en leg haar uit dat haar moeder zelf nog dingen te verwerken heeft en zeker terug zal komen. Tanja gelooft het niet. Ik pak de pendel en vraagt of haar moeder terugkomt.

‘Nee,’ is het antwoord. Tanja is zichtbaar geraakt. Ik leid haar af door wat te vertellen over het leven hierna en stel voor om wat te drinken te pakken en even tot rust te komen. Het is eigenlijk al vrij snel dat haar moeder toch terugkomt. Tanja en ik kijken elkaar tegelijk aan, want wéér voelen we tegelijkertijd de entiteit terugkomen.

“Ze is er weer,” zegt Tanja.

“Ja” zeg ik, “voel je dat?” Ik wijs aan waar haar moeder staat en voel met mijn hand het verschil in temperatuur en luchtdruk.

“Ze staat hier,” oh en wacht, ze wil iets zeggen: “Sorry dat ik gevlucht was Tanja. Ik ben teruggekomen om je te laten zien dat ik er nu wel voor je ben en niet zoals vroeger vlucht voor alles. Het spijt me.”

Dan komt er ook antwoord op het verleden. Er zijn dingen die Tanja niet moet weten. Ze moet niet in het verleden graven. Tanja knikt en zegt dat het komt omdat haar moeder zich schaamt.

“Ho, nee,” zeg ik, ik voel dat dit zeker niet het geval is. Helemaal de vinger erop leggen kan ik ook nog niet en ik tik op de tafel om het contact te herstellen met de entiteit. De entiteit komt nu in mijn aura, en ik begin te praten als haar moeder. Ik heb haar moeder nog nooit ontmoet, maar volgens Tanja gebruik ik haar woordkeus en haar intonatie.

“Nee Tanja, jij moet goed begrijpen dat ik jou bescherm. Ik ben steeds bij jou en ik zal alles maar dan ook álles doen om te voorkomen dat jij erachter komt wat er in het verleden is gebeurd. Ik zal álles wat je in die richting doet dwarszitten en dwarsbomen, zodat jij daar niet achter komt en dat is niet omdat ik me ervoor schaam, maar om jou te beschermen.”

Tanja zegt dat ik praat op haar moeders intonatie, zelf merk ik dat ik moet antwoorden door Tanja’s moeder heen in plaats van andersom en merk dat ik, nog steeds op haar moeders intonatie zeg: “Dit ben ik niet meer, dit is je moeder.” Tanja vraagt of haar moeder het okay vindt dat ze met haar oom omgaat. Haar moeder antwoordt via mij: “Tanja, jij moet leren om je eigen keuzes te gaan maken. Ik ben het niet eens met alles wat je doet, maar ik sta achter je, ik blijf jou steunen.” Tanja kijkt mij aan en zegt: “Ik zie mijn moeder gewoon voor me nu.” Dan gaat het mij te ver en stuur ik Tanja’s moeder weg uit mijn aura. Ik zwaai met mijn armen om me heen en zeg: “Okay stop, weg nu, weg.” Haar moeder gaat uit mijn aura, maar verlaat niet de kamer. Ze staat bij Tanja. Tanja vertelt mij echter niet gelijk dat ze de aanwezigheid voelt. Tanja legt uit dat haar moeder een sterke persoonlijkheid had en dat verklaart wel een hoop. Voorheen kon ik mijn ervaringen nog afdoen als ‘fantasie’ wanneer het teveel werd, maar dat stadium ben ik nu voorbij. ‘Dat is de bedoeling,’ wordt mij ingegeven in mijn gedachtes. Dan valt het kwartje en zeg ik tegen Tanja dat het de bedoeling is dat ik mijn gave serieus ga nemen en niet meer als een spelletje of onzin zie. Dat ik daarom deze ervaring met haar heb. Tanja knikt. Zij voelt het ook zo.


Ik zit nog zo bij te komen als ik wat voel. Iets prikkelends in de lucht. Tanja zegt dan: “Er is nog iemand hè.”

“Nee, nee,” er is niemand zeg ik. Het is genoeg geweest voor mij, maar ik hoor iemand roepen op de achtergrond: “Kun je tegen Tanja zeggen dat.”

“Nee, nee,” zeg ik en zwaai met mijn armen in het rond om mijn aura vrij te houden, omdat het mij emotioneel teveel wordt. Dat werkt en Tanja kijkt mij verbaast aan.

“Okay, er is wel iemand,” geef ik toe.

“Is het mijn opa?” vraagt ze.

“Ja het is je opa,” bevestig ik, “maar niet nu Tanja, het is voor mij genoeg geweest”.

“Maar mijn opa haat me,” zegt Tanja.

“Nee je opa haat je niet,” zeg ik, “probeer straks maar contact met hem te maken. Jij kan het ook.”

Ik heb heel wat te verwerken op weg naar huis. Ik voel wat euforie, van ‘wauw dit is echt’. Ik heb ook het gevoel dat er entiteiten langs de kant van de weg staan en dat ik die een vingerknip moet geven om ze te bevrijden en dus doe ik dat. Het is veel om te verwerken. Ik voel ook de aanwezigheid van Johan in de auto, hij praat met mij. Hij zegt dat ik voorzichtig moet zijn, hij maakt zich zorgen om mij. Ik ben niet bang, het is wel heftig, heel erg heftig. Voorheen kon ik nog denken, ‘onzin’ als het teveel werd, maar dat kan nu echt niet meer.

Ik ga slapen en twee dagen later spreek ik Tanja via de computer. Haar opa probeert haar iets te zeggen, maar ze krijgt het er niet uit. Ik voel dan haar opa bij mijzelf thuis, hij staat te springen om iets te vertellen. Ik besluit in mijn auto te springen en naar Tanja toe te rijden. In de auto probeert haar opa al alles te vertellen, maar ik vind dat hij moet wachten tot we bij Tanja zijn, omdat anders alles al gezegd is.

Daar aangekomen zegt Tanja dat haar opa nog steeds boos op haar is. “Hij haat je niet in ieder geval,” zeg ik. Haten en boos zijn is absoluut niet hetzelfde. Ik kan het ook moeilijk voorstellen dat hij nog boos op haar is. Zielen krijgen andere inzichten. Of, hij is nog niet zo lang dood, dat kan ook. Tanja legt dan uit dat hij pas negen maanden dood is.

“Ow okay, dan kan het wel kloppen,” weet ik intuïtief te zeggen. Ik ga zitten en vraag de pendel of haar opa er is. Een sterke ja. Dan komt diezelfde prikkelende entiteit opzetten als de vorige keer. Ik heb haar opa nog nooit gezien, maar zie een man voor me. Voornamelijk een stuk van zijn arm. Het is de huid van een oude man met veel vlekken. Ik zie er niets bijzonders aan. Het lijkt wel een brede pols, dus wel een stevige man. Tanja vraagt of ik iets zie aan zijn arm.

“Nee gewoon, een oude arm met vlekken,” zeg ik.

“Ja precies,” zegt Tanja. Ik kijk haar vragend aan.

“Hij had allemaal pigmentvlekken op zijn arm,” zegt Tanja.

“Alle oudere mensen hebben vlekken op hun arm,” zeg ik.

“Nee bij hem was het anders,” zegt Tanja. Tanja legt uit dat haar opa boos op haar was, omdat zij nog contact hield met haar oom na de scheiding van haar tante. Uit het pendelen blijkt dat haar opa nog niet over is geweest, omdat hij met deze wrok loopt. Ik help de opa met het verwerken van deze wrok. Het wordt uitgepraat. Dan vraag ik of de opa nu niet boos meer is. Hij zegt “nee” maar ik voel aan dat het niet klopt.

“Weet je het zeker, nu heb je de kans om dingen op te lossen, als ik straks weg ben niet meer en dan kan je niet over, als je met meer loopt,” zeg ik. Dus stel ik de vraag nog eens. Ben je nog boos ergens over “ja” komt er nu uit. Ik kijk Tanja vragend aan, maar die heeft geen idee wat er aan de hand kan zijn. Ik vraag Tanja’s opa om het haar te vertellen, maar hij is ver weg. Tanja zegt dat hij heel erg bij haar hangt. Alsof hij het Tanja probeert te zeggen, maar zij kan hem niet horen. Ik vraag aan Tanja’s opa of dat klopt. Hij bevestigt het. Ik vraag hem waarom hij het niet aan haar wil vertellen. Hij zegt dat hij haar er niet mee wil belasten. Ik krijg wel vlagen door, maar kan bijna niet geloven wat ik hoor.

“Het lijkt een wild verhaal Tanja,” zeg ik om Tanja te beschermen.

Ik vraag aan de opa: “Heb je er ooit bij stil gestaan dat dit verhaal wel eens niet kan kloppen?” De pendel hangt dan doodstil in het midden. Niet dus.

“Dus je bent boos om iets wat misschien niet eens waar is?” vraag ik.

“Ja,” wordt er zachtjes gezegd. Het besef bij de opa komt. Ik wil Tanja beschermen en zeg tegen Tanja dat dit aanvoelt als een wild verhaal en als iemand eenmaal al het zwarte schaap is er ook roddels komen.

Het ging om haar neefje en nichtje op wie zij vroeger wel eens gepast zou hebben. Haar opa dacht dat zij iets had gedaan met haar neefje wat niet okay is. Het blijkt dat dit een verhaal is dat haar opa met zijn broer had bekokstoofd, nog niet zo lang geleden toen ze het neefje zagen. Tanja vertelt dat het neefje autistisch is en dan valt het kwartje.

“Owww, jaaa die oude garde geloven vaak niet in dat soort stoornissen, die denken dan dat er iets met dat kind moet zijn gebeurd en aangezien jij een slechte naam had en vroeger oppaste, zou jij wel iets met dat kind gedaan hebben,” concludeer ik.

“Klopt dat?” vraag ik aan de opa. De pendel zwaait hard heen en weer “Ja,” nu komt de opa in mij aura en praat ik voor de opa: “Wat ben ik stom geweest, dat ik gewoon nooit de moeite heb genomen om even met je te praten, dat ik je zo slecht behandeld heb.” Dan is het doodstil.

“Hij is sprakeloos Tanja,” zeg ik, “hij weet even niets meer te zeggen.”

“Ik, ik , nou ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan meissie, dat ik zo dom geweest ben en dan al die leugens van je tante, al die leugens,” vervolgt hij via mij. Tanja stelt zich begripvol op: “Oh, maar ik zou ook boos zijn als ik zoiets dacht.”

“Dat verdien ik niet, dat je zo vergevingsgezind bent, ongelofelijk, dat je dat nog op kunt brengen. Wat heb ik mezelf vergist,” zegt de opa.

Gelukkig gaat het verhaal niet verder in de familie rond en Tanja is opgelucht.

Ze zegt dat haar opa die dag tachtig zou zijn geworden (wat een bizar toeval!?). Ik zie dan haar moeder en haar opa en zie dat ze zijn verjaardag bij Tanja vieren: “Heb nog veel tijd goed te maken met mijn kleindochter,” zegt opa. De entiteit voelt anders aan, rustiger. Dan stel ik Tanja voor aan haar gids.

“Ja, hoi hier ben ik,” zegt een knappe blonde man van een jaar of dertig die naast haar zit.

“Heet hij Dennis?” vraagt Tanja gelijk.

“Hoezo, ken je een Dennis?” vraag ik.

“Ja dat is mijn vader,” zegt Tanja. Dan leg ik Tanja uit dat gidsen altijd onbekenden zijn in dit leven, omdat ze je van kleins af aan begeleiden, maar vraag de pendel toch of het Dennis is. Nee, dat is niet zo. Ik krijg de naam door van haar gids en geef de naam aan Tanja door.

Dan vraag ik door op Dennis. Meteen wordt het stil in de kamer. Alarmbellen gaan af in mijn hoofd. Toch vraag ik nog even door bij Tanja over haar vader. Tanja wil graag meer weten over haar vader. Of hij nog leeft of dood is. Wie hij was, wat voor persoon hij was.

Dan komt haar moeder naar de tafel lopen.

“STOP!” zegt ze.

“Stop, we moeten hier stoppen, je mag nooit maar dan ook nooit op zoek naar je vader. Je mag de pendel nooit naar je vader vragen. Alle alarmbellen gaan af als ik het erover heb. Het is geen zuivere koffie,” zeg ik.

“Ja zal wel,” zegt Tanja, “mijn moeder zal zich wel schamen.”

“Nee Tanja, dat idee moet je loslaten, je gids zegt het ook, niet alleen je moeder. Hij kan jou ernstige schade toebrengen. Het kan je belemmeren in je leven. Als je sterft kom je erachter hoe het zit. Tot die tijd moet je geduld hebben en het loslaten. Het is echt bescherming. Jouw moeder is niet meer die egoïstische vrouw die ze was toen ze leefde,” weet ik te vertellen.

“Ik lijk zeker op hem, daarom wilde mijn moeder nooit contact met me,” zegt Tanja. Dan voel ik dat Tanja’s moeder huilt. Ik maak weer contact met de moeder en zeg: “Nee Tanja, nee, je lijkt voor geen meter op hem, je hebt helemaal niks van hem. Wat vind ik het erg dat je dat denkt. Het is nooit mijn bedoeling geweest dat je dat zou denken. Wat ben ik toch een stomme egocentrische trut geweest. Ja, je deed me soms wel eraan denken, wat er gebeurd was en dáár kon ik niet mee omgaan. Het is nooit mijn bedoeling geweest dat je zo zou denken.”

Ik huil, maar het zijn de tranen van de moeder van Tanja. Tanja zegt dat haar moeder nooit haar emoties liet zien.

“Nu wel dus,” zeg ik, dit komt echt van haar af, “ze is echt geschrokken.”

Tanja is blij met de reading. Tanja heeft nog een vraag. Haar overleden vogel, schijnt volgens haar pendel altijd bij haar te zijn. Tanja gebruikt de pendel ook sinds hun laatste ontmoeting. Dan zie ik de vogel op haar hoofd zitten. Ik realiseer mij dat hij er eigenlijk al de hele tijd zat, maar hij was gewoon nog niet opgevallen. ‘Op haar hoofd,’ bedenk ik mij, ‘zal ik dat wel zeggen, of moet ik zeggen dat hij op haar schouder zit? Op haar hoofd is zo’n rare plek, dat is misschien niet goed.’ Ik twijfel even wat ik zal zeggen. Of hij op haar hoofd zit of op haar schouder. Maar hij zit op haar hoofd dus ben ik gewoon eerlijk.

“Hij zit al de hele tijd op je hoofd,” zeg ik.

Dan begint Tanja hard te lachen: “Dat meen je niet.”

“Jawel hoezo?” vraag ik verbaasd.

“Hij mocht nooit op mijn hoofd. Dat wilde hij wel altijd! maar ooit poepte hij op mijn hoofd en toen mocht het dus echt niet meer,” legt Tanja uit. Dit is iets wat ik onmogelijk kon weten.

“Nou, hij zit nu continu op je hoofd,” ik moet nu ook hard lachen en begrijp dan dat zelfs haar twijfel om het te zeggen klopte!

Tanja zegt dat haar moeder de vorige keer niet de kamer uit was gegaan, toen ik haar wegstuurde, maar bij haar hing en dat ze zich benauwd voelde.

“Oh okay, dat kan, maar ik stuurde haar niet de kamer uit, alleen mijn aura uit. Ik voelde ook dat ze nog bij je stond. Ze knuffelde je gewoon,” zeg ik, wat dus juist weer een bevestiging is, dat er wérkelijk iets aanwezig was.

“Ohhh was dat het,” zegt Tanja die inderdaad een druk voelde.

“Ja,” zeg ik. Dan vraag ik een foto van de overleden vogel van Tanja, omdat ik wil controleren of het beeld klopt wat ik door kreeg. Tanja wijst een foto op het dressoir aan. Ik ben teleurgesteld.

“Lijkt het niet?” vraagt ze.

“Hmm een beetje, alleen die vleugels zie ik veel grauwer als op die foto,” beweer ik.

“Maar dat klopt,” zegt ze, “op deze foto lijken ze inderdaad wat groeniger, dan ze in het echt waren. Het was inderdaad nogal een grauw gekleurde vogel.”

“Meen je niet,” zeg ik, die de vogel nog nooit gezien had.

“Ja, meen ik wel,” zegt Tanja. Ik ben verbaasd over mijn eigen ervaringen.

Ik wil opstaan om naar huis te gaan, maar ‘hoor’ de moeder van Tanja zeggen: “Niet voor je gebak op hebt.” Wederom denk ik dat ik het mij verbeeld en pak mijn spullen om toch weg te gaan, maar ik kan mijn autosleutels nergens vinden.

“Nou, volgens mij mag ik nog niet weg,” lach ik en doe dan maar of ik een gebakje eet. “Hmm lekker appelgebak,” ik lach hard om mijn eigen grap, maar vind dan wel mijn sleutels.

Thuisgekomen stuurt Tanja een foto van haar opa. Ze had een ingeving gekregen dat ze die moest sturen. Op die foto herken ik het rechterstuk van zijn arm. 

“Dat is het stuk arm wat ik zojuist zag Tanja, dat is de man die ik gezien heb in je kamer,” zeg ik. Het zijn bijzondere ervaringen die ik dan zelf ook nog moet verwerken.

Projecteren

Projecteren en invullen, daar heb ik het vandaag over met jullie.

Heb er al eerder over verteld, niets kan niet bestaan, en ik kan daar nu wat meer over vertellen. Zodat je het beter kunt begrijpen. Soms duurt het even voor ik het verband zie, van de spirituele wereld naar de concrete wereld, maar het verband is er altijd. De spirituele wereld is de energetische en illusionaire wereld. Onlosmakelijk verbonden met onze concrete wereld. Het ene kan niet zonder het andere bestaan zeg maar.

Nou en dit verband is er ook weer, namelijk het invullen wat mensen doen als ze iets niet weten. Dat is algemeen bekend, als mensen ergens kennis missen, gaan ze het invullen, hoe zij denken dat het is. Dat is een proces om eens bewuster bij stil te gaan staan, want het is veel belangrijker dan dat het lijkt. Dat invullen van het ‘niets’ wat wij dus doen met zijn allen, dat is ook het ontstaan van het leven. Die onbewuste drang, van dat invullen van dat niets, die we allemaal in ons hebben. “Wat is daar gebeurd?” “Waarom is hij zo chagrijnig?” Als we het niet weten gaan we het invullen. We kunnen niet leven met die gaten, met niets. Dan verzinnen we het, dan gaan we het uit het illusionaire niveau halen, uit ons hoofd, daar bedenken we wat het kan zijn, we doen een beroep op de kennis die we hebben en we proberen daar een verlengstuk in te creëren, een bouwsteen. Die bouwstenen zijn heel belangrijk voor het ontstaan van het leven.

Wat is er morgen? Denk eens aan morgen, wat zie je dan? Dan zie je van alles, alle zekerheden die je in het verleden had, die zie je morgen ook terug in je hoofd, maar hoe kan dat dan? Even buiten het feit om dat alles tegelijk bestaat en morgen er dus ook is, is morgen voor jou ‘niets’ een gat, een leegte. Je weet helemaal niet wat je morgen hebt en of morgen bestaat en wat er morgen is, totdat het morgen is. Je vult alles in voor morgen. Je vult in dat je huis er morgen nog staat als je wakker wordt, dat al je spullen er nog zijn, iedereen van wie je houdt en dat je morgen bepaalde taken te doen hebt. Daarom kan een diefstal zo ingrijpend zijn voor sommige mensen. Ineens is een zekerheid van ze weggenomen. Iets waar ze op konden bouwen en vertrouwen dat het er was, want het was van hun en het hoorde er nog te zijn, daar kan iemand vreselijk angstig en onzeker van worden, want als dat zomaar weggenomen kan worden, wat kan er dan nog meer weggenomen worden?

Wij projecteren dus van alles op de dag van morgen. Wij projecteren alle zekerheden op de dag van morgen. Het doet mij terugdenken aan vroeger toen ik last had van angstaanvallen en me niet meer kon voorstellen dat er een morgen kon zijn. Het gevoel dat de hele wereld in pixels uit elkaar kon vallen, elk moment. Nu begrijp ik dat er iets misging in mijn vermogen om te projecteren naar morgen. Om door de angsten heen te komen, moest ik mij vasthouden aan dingen die ik wist, ‘ik moet morgen naar school, om 8 uur gaat de wekker.’ Zo wachtte ik tot die vreselijke angst wegebte, de angst van in een gat te zullen vallen, in het diepe niets. In de spirituele wereld heb ik geleerd waarom ik die angsten had en wat mijn positie in deze wereld is. Dat ga ik nu niet met je delen, maar het sluit allemaal op elkaar aan. Het heeft allemaal te maken met het ontstaan van ons leven, uit dat niets en daar kan het zo naar terugkeren, dus hoe zeker en vast dit leven hier voor jou lijkt. Dat het uit pixels uit elkaar kan vallen, was helemaal geen irreële angst. Het is onwaarschijnlijk, het komt goed, maar het is wél zeker wél mogelijk.

Goed, wij projecteren dus, vanuit dat illusionaire niveau, projecteren wij in het diepe niets ons leven. Omdat niets niet kan bestaan, simpel, daarom vullen we het op. En wat er echt kan blijven bestaan, concreet kan worden, hard kan worden, uit kan harden, dat heeft te maken met een aantal ‘natuurwetten.’ Dat is niet zomaar alles wat je kan verzinnen en bedenken natuurlijk, maar alles wat jij kan verzinnen en bedenken is daarom wel erg bijzonder en nooit onzin. Het is misschien niet levensvatbaar, maar het is geen onzin. Jij haalt je informatie uit dat illusionaire niveau en dat doet je brein met een reden. Die doet dat nooit zomaar. Jij gelooft dat misschien op dat moment. En dat geloof is dus erg belangrijk, om van dat illusionaire niveau naar dat concrete te komen, maar dat heb ik eerder uitgelegd, dat ga ik niet opnieuw vertellen, dan moet je even naar het hoofdstuk ‘van illusie naar concreet’ zoeken.

Wij projecteren dus, omdat wij licht zijn, kunnen wij projecteren. Dat projecteren is erg belangrijk. Het wordt ons weleens verweten, dat we van alles projecteren, omdat het niet altijd even handig is hoe we projecteren, maar ook dat hoort erbij. Soms projecteren we dingen van onszelf op onze omgeving. We willen liever niet weten dat wij slechte eigenschappen hebben, dus dan projecteren we dat maar op iemand anders. Dat is een niet gezonde manier van projecteren, maar ook dat heeft een reden, waarom dat gebeurt.

Door het concrete harde leven waarin we hier leven, vergeet je weleens wat er allemaal achter schuilgaat, maar de woorden die wij ‘onbewust’ gekozen hebben, verraden dat onze ziel dondersgoed weet hoe het in elkaar steekt! Bijzonder toch?

In mijn boekje ‘telepathisch communiceren kun je leren’ leg ik ook uit dat je informatie van buitenaf kunt krijgen door jezelf ‘leeg’ te maken. Doordat je even zelf niks invult, wordt dat automatisch opgevuld met info van buitenaf. Op die manier kun je informatie uit het energetische niveau/illusionaire niveau krijgen die voor jou belangrijk is of waar jij recht op hebt. Andere informatie dan die jou toe mag komen krijg je niet op die manier. Als iets leeg is, is het vacuüm, dan zuigt het, dus als ik mijzelf leeg maak, dan creëer ik een soort vacuüm in mijzelf en dan trek ik vanzelf informatie aan, uit die andere dimensies. Die dimensies die nauw verbonden zijn met de onze. Zonder die dimensies konden wij niet bestaan.

Toen ik jong was, had ik weleens het gevoel dat als nieuws mij nog niet bereikt had, de feiten nog konden veranderen. Dat zal ik uitleggen, ik had weleens het gevoel ‘als ik nu dat telefoontje opneem, hoor ik dat er een geliefde dood is, omgekomen bij een auto-ongeluk, als ik nog even wacht, dan hoor ik dat er slechts een lichte aanrijding geweest is.’ Dat is erg raar en dat vond ik zelf ook, want verstandelijk gezien is het complete nonsens. Het is zoals het is, het is gebeurt of niet! Maar het gevoel was zo sterk, dat ik het soms toch maar deed. Als ik er niet naar luisterde, was het inderdaad slecht nieuws ook nog! Nieuws wat niet meer terug te draaien was, want het was concreet geworden zodra het mijn gehoor bereikt had. Toen ik dan ook een paar jaar terug stuitte op Schrödingers kat, wist ik dat dit er iets mee te maken had. Onze waarneming is belangrijk voor het tot stand komen van het concrete leven. Als je de kat niet ziet, dan zit hij misschien niet in de doos. Dat klinkt raar, maar je moet het eens goed doorlezen op internet en dan ga ik je vertellen wat ik ervan denk. Die kat zit in de doos, ook als jij niet kijkt, omdat die kat ook een bewustzijn heeft en ook waarneemt, dus wat dat betreft klopt Schrödingers kijk op die kat niet, maar toch klopt het wél wat hij zegt. Als jij het niet hebt waargenomen, dan is het (nog) niet gebeurd. Dan kan er nog van alles veranderen. Het punt is, en dat is ook de reden dat we met zovelen zijn, dat iemand anders het wel al waar genomen kan hebben! En zelfs als er geen mensen zijn, dan zijn er dieren om het waar te nemen en zelfs als die er niet zijn, dan zijn er de planten en de bomen en, en, en, ja want ook die hebben een bewustzijn! Een zeer verlaagd bewustzijn, maar ze hebben het wel degelijk. Een onderbewustzijn! Dat klinkt raar en zweverig, maar dat is het niet, want alles lééft. Alles is energie en alles wat energie is dat lééft. Het leeft niet zoals wij, maar het leeft en het kan op zijn onderbewuste manier waarnemen en daarom kan het er zijn, en daarom heeft Schrödinger gelijk. Als dat niet kon, dan was het er niet. Als het niet waargenomen is, dan is het er niet. En daarom was dat gevoel wat ik als klein kind had, kloppend. Het klopte ook ergens niet, maar mijn onderbewustzijn wist hoe het leven in elkaar steekt, dat heeft met mijn positie te maken in dit geheel en die gaf mij al seintjes door, dat was dat gevoel wat ik had, maar mijn verstand, wat volledig in het bewustzijn leeft, dacht, dat is onzin! Dat kan helemaal niet! En toch is het zo! Als iets je nog niet bereikt heeft, kan het nog veranderen, omdat het nog niet waargenomen is. Maar wat is, dat is, dat kan je niet zomaar meer veranderen in deze concrete wereld, wel in het energetisch en in het illusionaire niveau en pas als het waargenomen is, komt het daaruit. Daarvoor is dat zo belangrijk. We projecten en we nemen waar. We projecteren in dat diepe niets, en we nemen waar, waardoor het concreet wordt. Dat is een heel mysterieus proces, maar het is de manier waarop het leven is ontstaan, of eigenlijk, ontstaat!

We leven dus eigenlijk in dat niets, dat heb ik in andere hoofdstukken uitgelegd, dat we hier leven vóór het ontstaan van het leven. Dat we hier leven in de ‘schijn’ van het leven en wat doet een projector? Die creëert schijn.  Bijzonder toch? Het leven ontstaat in het diepe niets, doordat de zielen die uit licht bestaan daarin kunnen projecteren, omdat er niet niets kan bestaan, daarom worden ze er ook naartoe ‘gezogen’ en daar leren ze, en harden ze en worden ze klaargestoomd voor het echte leven in de eindtijd. De geboorte van het leven, we staan op het punt het mee te maken.

Ik hoop dat ik het mysterieuze weer een beetje tastbaarder heb kunnen maken voor je. Dat alles wat wij doen en zeggen, laat zien dat we het dondersgoed weten en niks is ‘zomaar.’ Het invullen en roddelen wat mensen doen niet, hoe vervelend ook, de woordkeuze die we gebruiken, het is onze connectie met de energetische wereld en de illusionaire wereld en het laat zien dat we het allang wéten. We zijn het ons alleen niet béwust.

Wordt béwust, wordt wakker… Alles wat je hoeft te doen is te ontwaken. En dat is dus ook niet een zomaar gekozen woord, want we ‘slapen’ hier als het ware. Je ‘droomt’ dit leven. Nou dat roept misschien meer vragen op dan dat het antwoorden geeft, maar dat kan ik nu nog even niet beter uitleggen, dat komt vast weer later.

Liefs Dina

Glasvezellampje

Het is al even geleden dat ik met mijn kinderen het kerstdorp aan het opruimen was. Met van die leuke huisjes met glasvezellampjes erin, waardoor het lijkt dat er tientallen kleine lampjes in het huisje zitten. Schitterend.

“Mama,” zei mijn oudste.

“Ja kind?” vroeg ik.

“Vroeger dacht ik altijd dat het echt zoveel kleine lampjes waren. Dat elk puntje een klein lampje was,” zegt ie.

“Ja, dat is de truc hè, dat het zo lijkt,” zeg ik lachend.

Dan ‘hoor’ ik mijn gids tussenbeide komen en die zegt iets heel frappants tegen mij, wat heel veel duidelijk maakt: “Eigenlijk, werkt het bij jullie net zo, dat leven op aarde van jullie, dat is net als die puntjes van die glasvezellamp, het lijkt nét alsof jullie daar écht zijn, terwijl het eigenlijk de schijn van jullie ziel is die daar leeft. Wij hebben jullie zielen hier allemaal veilig gesteld, bij de bron.”

Wauw is dat even bijzonder! Hij ging nog even verder: “De draadjes van die glasvezellampen zijn de lichtkanalen die wij gebruiken, je kunt die ook zien als een soort navelstreng, via dat krijgen jullie de energie die je nodig hebt om daar te leven.”

Ja we leven hier in de ‘schijn’ van het leven. Schijn betekent dat iets maar zo lijkt en het niet echt is, maar het betekent ook de schijn van licht. Licht dat ergens schijnt, is daar wel en het is er niet en zo leven wij hier echt en toch ook niet. Wij beleven hier en toch is onze ziel veilig bij de bron, bij onze lieve Vader.

Die bron is het witte licht. Dat is het licht waarover mensen praten als ze sterven, achter die lange tunnel? Nou die tunnel, heb ik dus net uitgelegd gekregen. Dat zijn dus die lichtkanalen, de draadjes van de glasvezellamp, wat gebeurt er als je zo’n draadje doorknipt? Dan verdwijnt het lichtje niet, maar het verplaatst zich een stukje terug, maar de lichtjes die achterblijven kunnen dat niet zien. Voor hun is het lichtje weg, verdwenen ‘dood’, maar het is er dus nog wel, het is alleen verplaatst.

Waarom is de bron wit licht? Dat heb ik al eerder uitgelegd. Het witte licht omvangt álle kleuren licht, dat is wetenschappelijk ook aangetoond. Dat witte licht is het ‘ik’. Het ik-gevoel bestaat maar één keer, en daarom is er ook maar één God. Die was er in het begin en was alleen, omdat er toen alleen maar ‘IK’ en ‘NU’ was. Om niet meer alleen te zijn, moest hij dus dat licht gaan splitsen, dat ‘ik’gevoel werd zo gedeeld en het ‘nu’ werd ook uitgesplitst, zodat er heel veel ‘nu-tjes’ achter elkaar kwamen, wat wij kennen als ‘tijd.’

Nu was er tijd en waren er ineens heel veel zielen. Heel veel verschillende zielen in allerlei kleuren, met allemaal hun eigen karaktertrekken en die zielen wilden leven om te gaan leren en te ervaren, want zielen willen héél graag ervaren. Zelfs erg pijnlijke ervaringen. Dat herken je ook, want heel vaak wisten mensen van tevoren wat er ging gebeuren, riep hun stemmetje in hun hoofd nog angstig ‘nee, doe het niet’, wat je kunt zien als koudwatervrees, maar gingen ze toch door, toch die ervaring in, toch dat diepe koude water in, om te leren zwemmen.

Tijdens een Ayahuasca-ceremonie vroeg ik aan moeder Ayahuasca: “Worden jullie daarboven niet naar van alle ellende hier op de wereld?” Het antwoord verbaasde mij zo zeer, dat ik het zeker niet zelf kon bedenken. “Nee, het maakt ons juist zo ontzettend trots! Dat de zielen bereid zijn om zo diep te gaan! Voor het hogere doel!” zei moeder Ayahuasca mij. Ze legde mij uit dat alles, maar dan ook alles gebaseerd is op vrije wil. En dat betekent niet dat het niet ontzettend tegen kan vallen en dat het niet ontzettend zwaar en vreselijk kan zijn en dat je het toch misschien eigenlijk, met heel je bewustzijn liever niet had gewild, maar je onderbewustzijn dacht daar toch anders over. Die vond het nodig, omdat jouw ziel de ervaring nodig had om te sterken, om sterk genoeg te zijn voor die overtocht naar de eindtijd, want eerlijk dat is nog best een barre tocht. De zielen moeten sterk genoeg zijn om dat te overleven en de zwakke plekken, moeten dus gebroken zijn, zodat ze sterker terug konden helen, net als bij een botbreuk.

Dus als jij als ziel, het eeuwige leven wilt en je weet dat dit nodig is, deze weg. Deze pijnlijke, maar tijdelijke weg, dan heb jij dat er voor over en dat is wat jouw Vader en de andere wezens zoals moeder Ayahuasca zo ontzettend trots maakt, dat jij daar zo diep voor wilt gaan. Dat jij bereid bent om de strijd tegen Evil aan te gaan, zodat niet alleen jij, maar ook de andere zielen straks veilig over kunnen gaan, naar dat mooie leven in de eindtijd.

Ik keek nog eens naar dat glasvezellampje en zag het lampje schijnen in de bron, de bron die onze lieve Vader is, die ons daar koestert en ons allemaal kent, stuk voor stuk en ons allemaal de vrijheid gunt om te leven, onze vrije keuzes respecteert en met smart wacht op onze thuiskomst, op onze terugkeer, zodat hij ons weer helemaal in zijn armen kan sluiten. Ja en dat allemaal is ook allemaal ‘ik’ en dus ook ‘jij’…

Je buurvrouw, de kat, die kakkerlak, de planten, het is allemaal ‘ik’, en dus is het ook ‘jij’, ergens ooit afgesplitst zodat je onafhankelijk van elkaar kon gaan leven en gaan ervaren en elkaar als aparte wezens kon gaan zien en ervaren. Precies zoals in dat glasvezellampje, al die kanaaltjes dat licht uit de bron splitst, naar tientallen, soms honderden kleine lichtjes. En dat is waarom je soms ook dingen van andere levende wezens door kan krijgen, want via de bron, kan je contact leggen met iedereen, sta je met iedereen in verbinding, maar het gaat wel altijd langs onze lieve Vader, die reguleert en kijkt of het wel allemaal goed verloopt, volgens ieders vrije wil.

Dus ben je boos op Vader, omdat je leven anders loopt als dat je denkt dat je wilt? Kijk even dieper, denk even goed na, waarom jij ooit voor dit zware pad hebt gekozen. Misschien om je ziel te sterken, maar misschien ook als soldaat, strijder tegen het kwaad. En ben jij geen slachtoffer, maar een warrior, die straks een dikke vette medaille heeft verdiend, voor zijn harde werk.

Ik hou van ik, jij ook?

In mijn boek ‘telepathisch communiceren kun je leren’ leer je hier nog veel meer over.
https://mediumdina.nl/boekjes-te-koop/

Vertelstenen persoonlijke reading

Ik focus mij nu wat meer op de levende persoon. Mensen willen graag een reading over zichzelf en hiervoor hoef ik niet te verplaatsen, maar kan ik ook ontvangen. Thuis is het lastiger om contact te maken met overleden dierbaren, omdat hun energie niet zo sterk in mijn huis aanwezig is. Ik kan daar moeilijk contact maken, maar wel een beetje. Ik kan natuurlijk wél goed contact maken met de energie van de levende persoon die mij bezoekt en daarom ga ik mij daar nu meer op focussen. Dus wil je ook een reading voor jezelf? Dan kun je mij altijd een e-mailtje sturen. De verslagen worden altijd in overleg geplaatst en vrijwel altijd anoniem in verband met je privacy.

Ik ben zo dankbaar voor de reading die ik aan Annette mag geven. Zij kwam bij mij terecht met een hulpvraag voor een reading. Annette schildert schitterende stenen, daar kan zij haar ziel en zaligheid in kwijt en in ruil voor de reading kreeg ik een paar mooie hand beschilderde stenen. Annette geeft aan dat ze faalangstig is. Zij is een hooggevoelige en hoogbegaafde vrouw.

Allereerst krijg ik een schitterende verrassing, voorafgaand aan de reading, heeft ze mij een paar stenen opgestuurd per post. Ik had alleen verteld dat ik de engel heel graag wilde en de rest mocht ze zelf kiezen. Dat is natuurlijk best een uitdaging voor iemand met faalangst, dat wist ik ook, maar ik wist ook dat ze het goed zou doen. Het was dus een enorme verrassing toen ik, rond de kerst, een schitterende envelop met een paar stenen ontving. De engel die ik zo graag wilde, maar ook een paar mooie sterren en een maan. Dat ze juist déze stenen koos, vind ik bijzonder, want deze specifieke ster en de maan die ze koos zijn symbolen die ik vaak tegen ben gekomen in mijn spirituele zoektocht in het contact met de wezens die ik heb gehad. Schitterend en een zeer goede keus van haar. Ik voelde wel dat ze wat angst had gehad om het verkeerd te doen, dus dat ze het toch gedaan heeft, is erg dapper. Ik heb haar gelijk verteld hoe blij ik was met de stenen.

Vandaag is dan onze afspraak. Ik doe de deur open en zie daar Annette staan, met een doos met stenen. Ze is onzeker, timide, wil het liefste weer omdraaien en de deur uitrennen, maar vermant zichzelf. Ik heb haar vooraf gewaarschuwd voor mijn directheid, ik draai niet om de hete brij heen. Bij mij komen pijnpunten binnen no time aan bod, maar niet meedogenloos. Alles behalve zelfs, want de ziel praat met mij en doet het in zijn eigen tempo. Dus wederom dapper van Annette, dat ze zich staande hield en bleef. Je ziet het, niks wordt gemist Annette. Je bent vanaf het begin tot het einde gezien.

Het eerste wat Annette doet is zeggen dat ik wat uit mag kiezen uit de doos. Nog meer stenen. Ze is erg vrijgevig, maar ik voel dat ik niet alles zomaar moet en mag pakken, ondanks haar vrijgevigheid. Ze legt daarop een stapeltje stenen op tafel neer. Vertelt erbij dat ze op het laatste moment nog een regenboog geschilderd heeft. Regenbogen moeilijk zijn om te maken, omdat ze zo perfectionistisch is, maar ze voelde de sterke drang om dat te doen. Regenbogen zijn voor mij heel bijzonder, zeker in mijn werk met de eindtijd zijn er veel regenbogen voorbij gekomen. Ik wilde gelijk de regenboog hebben, maar ik dacht ‘nee, ik ga de pendel laten kiezen’. Ik pakte mijn pendel en die wees één rechte lijn aan. Drie stenen op een rij. Ik liet de pendel eroverheen bewegen en ineens schokte er een spiertje in mijn arm, waardoor ik de pendel niet meer goed vasthad en die tegen één van de stenen aanknalde, de regenboog. Dus het moest toch de regenboog worden.

Ik weet niet waar de reading mij gaat brengen, want we gaan op ons gevoel af. Er wordt dus niks voorbereid door mijzelf. Toch kan je merken dat er dingen voorbereid worden. Ik weet ook niet op voorhand dat de stenen zo belangrijk zullen zijn in het verhaal, maar die staan centraal. Ik denk ook dat we het veel over haar faalangst gaan hebben, maar dat zal niet eens aan bod komen. Er zijn andere, belangrijke dingen die de ziel kwijt wil.

Haar ziel barst los, wanneer ik de regenboog pak. ‘Die stenen, die mooie stenen, maar ik verberg mijzelf er ook achter, want ik kan er zo een mooie muur van maken. Zodat niemand mij pijn kan doen.’ Dat herkent ze erg, ze is veel pijn gedaan en heeft zich teruggetrokken uit de wereld om haar heen, maar wil weer zo graag connectie maken. Binnen twee minuten heb ik een gedachte van haar te pakken en kan die letterlijk verwoorden.

“Dat dacht jij he?” vraag ik

“Ja dat klopt, dat dacht ik letterlijk zonet” zegt ze.


Dan merk ik een entiteit op, die haar erg beschermt. Een krachtige entiteit, een man. Ik vraag of zij kan weten wie het is, omdat ik nu niet op locatie ben, is dit lastiger voor mij. Zij vraagt of het een wat oudere of een jongere man is. Ik zeg dat het een jongere man is. Zij geeft aan dat ze een tweelingbroer had, die niet geboren is. Ik vraag mij dan af waarom deze man dan zwart haar heeft, terwijl zij blond is. Dat kan heel goed kloppen zegt ze, haar moeder heeft zwart haar en haar broer ook. Dat is dus een bewijs dat hier niet gegokt wordt. Ik merk op dat deze entiteit haar erg beschermt, maar teveel beschermt.

“Jij bent onzeker he? Je hebt het gevoel dat je dingen niet zelf kunt, maar deze entiteit denkt ook dat jij dat niet kan en beschermt jou veel te veel. Dat is niet goed, dat mag niet zo. Je moet ook zelf de kans krijgen om ‘op je snufferd’ te gaan zo nu en dan en hij belet dat. Er is pas geleden iets heftigs gebeurd, waarbij hij dacht dat jij het niet aankon en toen heeft hij jou niet meer losgelaten.” zeg ik.
“Ja maar al langer geleden, toen ik 20 was,” zegt ze.

“Dan is hij al een keer eerder losgemaakt, want dit is recentelijk.” Hou ik vol, ik ben overtuigd.

“Dat klopt, ik heb een tijdje terug ook een reading gedaan en ik heb ook reinigingen gedaan en er is daarna inderdaad weer wat heftigs gebeurd.” zegt ze.

“En toen deed hij het weer. Kijk, dat zijn beproevingen. Hij had jou moeten laten gaan toen, maar die beproeving is mislukt. Ik ga hem weer loshalen, maar hij moet dit echt niet meer doen. Die beproevingen gaan wéér komen en dan moet hij jou echt de ruimte geven om ‘op je snufferd’ te gaan en waarschijnlijk gaat het gewoon goed. Ik zeg niet dat jullie band ongezond is, dat is niet zo, maar dit kleine stukje van jullie band is wél ongezond. Jij denkt dat je het zelf niet kan, maar hij denkt dat ook. Jij reikt naar hem uit voor hulp en hij wil jou over beschermen en laat jou dan niet meer los.” zeg ik. Ik richt mij op hem en voel dat hij denkt: “Mijn zusje, mijn zusje, mijn wederhelft.”

“Nee dat klopt niet, wel je zusje, maar niet je wederhelft.” zeg ik tegen hem “je mag haar helpen, maar je moet haar ook vertrouwen geven, loslaten, ze kan het best wel.” zeg ik

Ik zie dat Annette me ongeloofwaardig aankijkt, ze gelooft niet dat ze het kan.

“Je gelooft er niks van he?” zeg ik tegen haar.

“Klopt, ik wil het wel geloven, maar ik voel het niet.” zegt ze

“Dat komt nog,” zeg ik.

Dan valt mij op dat ze de stenen in een driehoek heeft neergelegd. Een driehoek, een piramide, is een enorm sterk bouwwerk. Dat maak je niet zomaar stuk en dan begrijp ik dat we de driehoek vandaag af gaan breken, met zijn tweeën, onder begeleiding van onze gidsen. Er is dus een heel sterk bouwwerk gemaakt met de stenen, iets wat ze zelf niet zomaar meer af kan breken, maar de regenboog lag in het midden en die is alvast weg. Dat is een goed begin en het voelt ook goed voor haar, want die heeft ze nog speciaal gemaakt op het laatste moment. Het valt mij op dat ze veel weggeeft in haar schilderingen, heel veel positieve energie. Ik vraag aan haar of zij dat ook aan zichzelf kan geven, maar dat kan ze niet. Ik merk dat ze het zichzelf niet waard vindt. Dat beaamt ze.

We zijn even aan het praten en dan vraag ik of er nog een steen weg kan inmiddels en dat kan. Ik druk haar op het hart, om bij haar gevoel te blijven. De stenen mogen alleen weg, als het echt goed voelt en niet omdat ik het vraag. Dan ga ik de stenen tellen, omdat mijn gids zegt dat het aantal nu belangrijk is. Ik tel 15 stenen en vraag wat er op haar 15e levensjaar gebeurd is en dat blijkt inderdaad een belangrijke leeftijd te zijn, waarin ze een heel belangrijke basis van zichzelf gebroken heeft. Ik vraag daar op door en voel dat daar een belangrijk pijnpunt zit en leg haar iets uit over pijnpunten. Er zit heel veel pijn en verdriet achter en daarom moeten we hier even stoppen en rusten. Het pijnpunt is aangeraakt en dan is het tijd voor ontspanning, omdat de ziel moet leren als er pijn is, dat er ontspanning moet komen, loslaten. Niet vasthouden, niet focussen op de pijn, maar diep in- en uitademen en laten stromen en jezelf belonen met iets wat je fijn vindt. Dat is nu even een kopje thee en een gesprek over koetjes en kalfjes. Dan voel ik dat de energieën loskomen en pak ik mijn pendel en begeleidt de energiestroom die omhoog gaat.

Annette haalt dan de bovenste steen weg. Dit kan voor haar gevoel. Dat is heel mooi, want dat betekent dat ze zich openstelt voor de energie van boven. Ja ze zegt ook dat ze beneden nog strak en veilig dicht houdt. Daaronder ligt die basis, die beschadigde basis. We laten die energieën stromen door de piramide heen die nu open is. Er worden een paar stenen opnieuw gerangschikt door Annette, voornamelijk de bodem wordt verstevigd, maar bovenin is het nog open. Ik kan nu met mijn handen ook de energieën naar boven laten stromen vanuit haar ziel. Dat doe ik allemaal op gevoel. Ik voel dat de basis erg vast zit en ‘masseer’ deze energieën in het luchtledige. Dat vertel ik niet meteen aan Annette, maar ik zie iets in haar uitstraling veranderen, ze ontspant meer. Dan pas vertel ik wat ik doe en dan zegt ze het ook gevoeld te hebben.

We kijken nog even naar die basis, waarom moeten die stenen er zo stevig op blijven liggen? Ik ‘kijk’ eronder en zie dat er schade is aangericht en dat er een kolkende zwarte energie onder zit. Dat is wel iets wat aandacht nodig heeft en niet van Annette, dit is buiten haar bereik geraakt door de jaren heen. De stenen hebben haar daartegen beschermd. Ik vraag de engelen, ik bid tot Vader en ik hoor Vaders schrik “Ach jeetje, ach hemeltje lief, ach kind toch” en dan gaat hij aan de slag met zijn engelen. Onze lieve Vader, die zich om ons bekommert en ons helpt.

Ik kijk weer terug naar de stenen en zie een steen met een geschilderde slak liggen. Ik vraag waarom die slak er ligt. Zij zegt dat het de ‘mooie’ slak is en ze ook een ‘lelijke’ slak heeft. Ik wil graag de ‘lelijke’ slak zien. Ze pakt die erbij. Ik zie een heel mooie gedetailleerde slak. Ze legt mij uit dat het de ‘rationele’ slak is, omdat iemand wilde dat ze een slak ging schilderen, heeft zij haar best gedaan om een slak te schilderen, zoals een slak hoort te zijn en het is inderdaad een slak zoals je op een foto ziet. De andere slak is een gevoelsmatige slak zegt ze en die vindt ze dan mooier. Beide slakken zijn erg mooi. Ik merk op dat de ene slak voor haar verstand staat en de ander voor haar gevoel en wil ze met elkaar in contact brengen. Ik leg ze met de snuitjes naar elkaar toe en we laten ze zo liggen.

Er komt een entiteit door die wat wil zeggen. Een overleden dame, een oudere dame, ik denk een oma, maar dat weet ik niet zeker. Die springt in en geeft Annette mee dat zij er niets aan kan doen (aan die draaikolk, beschadiging). Annette herkent het, dat zij het gevoel erbij kreeg, dat ze het zelf erg fout gedaan heeft. Dat zij op haar 15e al bepaalde dingen verkeerd gedaan heeft die de rest van haar leven hebben beïnvloedt, waardoor ze nu geen bloeiende carrière heeft, hoort daar ook bij. Wel dankbaar en blij met haar gezin, maar het had anders kunnen zijn. Dus heel scherp van die entiteit en dank daarvoor. Ik vraag of zij zichzelf daar ook voor kan vergeven, maar dat kan ze niet. Ik wil over vergeving gaan praten, maar haar verstand kan het wel al begrijpen alleen haar gevoel nog niet. Er zit een kloof tussen. Dan merk ik op dat de slakken daarvoor bedoeld zijn. De rationele slak en de gevoels-slak, die we zojuist bij elkaar gebracht hebben. Dan kun je zien hoe goed de stenen op onze reading inspelen. Ik leg haar iets uit over de ‘kamers’ in onze ziel en vraag haar om naar de kamer te gaan waar ze 15 jaar was en die basis stuk gegaan is. Ze ziet een lege kamer, wit als een ziekenhuiskamer. Ik vraag haar de deur open te zetten, dat kan, hij zit niet op slot. Dan vraag ik haar om de slakken denkbeeldig in de kamer van haar ziel te zetten met de snuitjes tegen elkaar aan. Dat doet ze. Dat is voldoende. De kamer is open, de slakjes staan erin en ze staan met elkaar in contact. Nu heeft het tijd nodig voor de energieën om te stromen en dan zal de vergeving vanzelf komen en zal de witte kamer ook vanzelf weer een warme kamer worden met gekleurde energieën. Ze pakt daarna de slakstenen en legt ze bij elkaar in één leeg vakje in de doos met de snuitjes naar elkaar. Weer een steen weg (één, want ik had er één bijgelegd immers).

Ze heeft ook moeite met andere mensen vertrouwen, dus ik leg de vijf stenen die ik van haar heb gehad ‘mijn’ stenen dus, onder die van haar neer. Dat voelt gelijk fijn aan, zegt ze, extra steun, verlichting.

We zijn nog niet klaar hoor, we gaan nog even door en dan raak ik weer een pijnpunt aan en voel ik dat ze de stenen van tafel wil vegen en hoor ik haar denken “die rotstenen, was ik er maar nooit aan begonnen.”  Ze herkent die woorden niet, maar wel het gebaar, ze had inderdaad even de neiging ze van tafel te vegen in één gebaar, maar kon zich bedwingen. Dat komt puur doordat ik een volgend pijnpunt raak. Dat is lastig voor de ziel, de ziel wil weg van de pijn en omdat de stenen symbool staan voor onze reading, is dat de uiting die de ziel eraan wil geven. Ik zeg haar dat het goed is, dat ze diep in en uit moet ademen en we drinken weer een bakje thee en laten de reading weer even voor wat het is. Ik merk dat ze het heel snel oppakt, omdat ze al heel snel diep aan het in- en uitademen is, terwijl ze er niet eens zo bij nadenkt. Ik voel dat de energieën daardoor loskomen. Vervolgens legt ze een paar stenen weg. Weer een paar stenen aan de kant, terug in de doos.

‘Mijn’ stenen die eronder liggen, voelen als een steun, maar ze is ook bang dat ik ze ineens weg zal halen, want dat kan ik doen. Het zijn immers ‘mijn’ stenen, ik heb ze gekregen. Ik voel die twijfel en angst bij haar en vraag haar om mij te vertrouwen. “Ik wil het wel, maar ik kan het niet” zegt ze.

Ik zeg: “Je kan het wel, maar je durft het nog niet.” “Ja ik durf het wel hoor, maar mijn verstand zit in de weg zegt ze.”

“Dat begrijp ik niet, dat moet gevoel zijn, dat kan geen verstand zijn dat hier in de weg zit.” zeg ik.

“Jawel hoor, want ik voel dat ik je kan vertrouwen en wil dat ook, maar mijn verstand zegt doe dat maar niet. Ik wilde die stenen al weghalen, voor mijn gevoel, maar mijn verstand hield me tegen.” Houdt ze vol.

Ik moet mensen serieus nemen in hun boodschappen in hun reading, maar ik voel dat het niet helemaal klopt. Dus ik zoek naar de oplossing en geef het even de tijd om in te dalen en voel dat ik mijn pendel weer moet zwaaien.

“Ach wat, ik haal ze ook weg” zegt ze.

“Weet je het zeker?” Ik voel twijfel of dit wel echt gevoelsmatig goed zit bij haar. Ze denkt even na en zegt dan: “Ja ik ben overtuigd” en dan voel ik dat de spanning in de lucht weg is en dat het inderdaad goed is.

“Ik voelde gewoon nog wat rottigheid, maar toen was het ineens weg,” zegt ze.

“Aha, dus het was tóch gevoel” zeg ik.

“Uh ja inderdaad” zegt ze.

“Kijk wat je doet? Jouw gevoel heeft een mooi systeem opgeworpen, om je verstand de schuld te geven van dingen die niet goed lopen. De ‘lelijke’ rationele slak en nu was het ook je ‘verstand’ die je belemmerde om de laatste stenen weg te halen? Je legt alle schuld van dingen die misgaan bij je verstand, dat is een patroon wat we hier zien, dat kan niet anders. Dit is niet nu, toevallig” zeg ik.

“Ja verdraaid er vallen wel wat kwartjes nu” zegt ze.

“Als je het gevoel het even niet weet, schuift ze het snel op het verstand af.” Ik hamer er nog heel even op door, maar dan voel ik dat ik moet stoppen. Bam, ik leg mijn pendel neer en leg mijn handen op mijn schoot en ben doodstil. Grens genaderd, dat betekent dat ik meteen laat zien dat ik dit respecteer door pontificaal alles los te laten. We zijn stil, een paar minuten van doodse stilte. Dit is een moeilijk en heel zwaar moment voor Annette. Ik kijk naar de tafel, niet naar haar. Ik trek mij volledig terug uit haar ziel, om haar tot haarzelf te laten komen.

We zijn bij de bodem aangekomen hier Annette. Je hebt de laatste stenen weggehaald en kijk wat er omhoog komt, de basis. Een heel pijnlijke basis. Een heel belangrijk pijnpunt. Ik voel de emoties omhoog komen en krijg tranen in mijn ogen. Ik adem diep en in uit en laat de tranen stromen, zo stromen energieën, diep in en uit ademen. Let it flow. Het is snel weg bij mij, dan komen bij jou de tranen los. Je ademt diep in en uit en laat een paar tranen stromen. Het is pijnlijk, je bent zo dapper en zo stoer om op deze manier met jezelf aan de slag te durven gaan en je pakt het zó snel op allemaal.

Ik draai ‘mijn’ stenen om richting Annette. Ik zeg dat ze zich open mag stellen voor de energie van de stenen. Dat ze de liefde en positieve energie mag voelen en dat doet ze. Ze stelt zich open en voelt de bruisende energie haar aura instromen.

“Mooi he die energie?” zeg ik tegen haar.
“Jazeker, schitterend, het voelt ook zo fijn” zegt ze.

“Weet je wat het mooie is Annette? Het is jóuw eigen energie. Het is jóuw eigen liefde die je net aan jezelf gegeven hebt. Je had de illusie nodig om te denken dat het van mij was. Dat het mijn steun was en dat het mijn liefde was. Maar Annette, het zijn JOUW stenen, JIJ hebt ze geschilderd en JIJ hebt ze aan mij gegeven. Je hebt dit, die hele reading hélemaal zélf gedaan en alles wat je zei dat je niet kon aan het begin: Jezelf liefde geven, zelfvertrouwen, anderen vertrouwen, je hebt ALLES gedaan in deze korte tijd dat we hier samen hebben gezeten (twee uur). Als er hier iemand trots op zichzelf mag zijn, dan ben jij dat wel.”

Dan pak ik ‘mijn’ stenen weg en leg ze aan de kant. Het voelt okay, ik zie dat het okay is en ik sla op de tafel: “Kijk een solide ondergrond, je zakt er niet doorheen, je hebt de stenen niet meer nodig.”

Ik pak haar handen beet en vraag of het okay is.

“Ja ik vind het eng, maar het is okay,” zegt ze.

“Voel je die energie stromen?” vraag ik.

“Ja” zegt ze. Nou Annette dat was wel mijn energie die je als beloning kreeg, maar wel nádat jij het zelf gedaan had. Ik vraag je dan om mij aan te kijken en dat doe je. Ik kijk je even aan in je ogen en zeg dan: “Je mag trots zijn op jezelf” je kijkt gelijk schichtig weg. Ik vraag je om mij aan te blijven kijken. En ik herhaal het: “Je mag trots zijn op jezelf, blijf me aankijken.” Het kost je moeite maar je doet het en je accepteert mijn woorden. Ik zie en voel dat je het accepteert en juich erom. Dan moet het nog een laatste keer, want we moeten het in drieën doen.

“Je mag echt trots zijn op jezelf.” Je kijkt me aan, overtuigd. Je mag trots zijn op jezelf.

Als je weggaat, straal je zelfvertrouwen en liefde uit. Net als je mooie stenen. Dat is de echte Annette.

Je hebt het heel goed gedaan. Dank je wel voor je mooie vertelstenen, wat hadden ze een hoop te vertellen.

Spiritualiteit is kwantum mechanica

Spiritualiteit is kwantum mechanica

Dat klinkt vast gek in je oren, want hoe kan spiritualiteit nu iets met wetenschap te maken hebben? Nou het heeft er álles mee te maken. Ze weten het alleen nog niet 😊

Ik geloof niet in het paranormale, ik geloof alleen in nog te ontdekken wetenschap, natuurkunde etcetera. We weten nog lang niet alles.

In dit blog zal ik daar dieper op ingaan. Spirituele mensen zeggen al heel lang dat alles met elkaar verbonden is. Een aantal is er ook van op de hoogte dat je op afstand bijvoorbeeld Reiki behandelingen kunt geven. Dat klinkt allemaal heel vaag en men denkt al snel met een oplichter te maken te hebben wanneer iemand roept ‘een afstandsbehandeling’ te kunnen geven. Ja dat dacht ik zelf ook vroeger. Echter is er bewijs gevonden in de kwantum mechanica dat dit wel degelijk kan. En dat zal ik je laten zien. Er zijn namelijk deeltjes ontdekt die ‘los van elkaar’ omdraaien als één van de twee omgedraaid wordt. Bijzonder he? Paranormaal? Nee dat is niet paranormaal, het toont aan dat alles met elkaar in verbinding staat, ook al is dat niet zo waar te nemen voor ons. Het toont ook aan dat ik op locatie A iets kan doen en dat er dan op locatie B iets teweeg wordt gebracht, ook al zijn deze locaties, ogenschijnlijk niet met elkaar verbonden. Het is mooi om te zien dat wetenschap zo dichtbij de ontdekking komt van waar spirituele mensen al zo lang mee werken.

In het volgende schemaatje zie je hoe spiritualiteit zich verhoudt tot wetenschap. Het raakvlak is klein, maar het is er wel degelijk en het is heel erg belangrijk, onze hele wereld is zó ontstaan, omdat het eigenlijk niet mogelijk is om uit niets – iets te laten ontstaan, dat is feitelijk een illusie, maar van een illusie kun je iets concreets maken en dat is dé reden dat we bestaan. Spiritualiteit is dus een voorloper van de werkelijkheid. Al eerder heb ik gezegd dat de realiteit zich bevindt tussen illusie en desillusie. Kwantum mechanica richt zich tot het onderzoeken van die realiteit in de kleine deeltjes en hoe die deeltjes tot stand komen? Energie (zowel positief als negatief) en licht met als tegenhanger natuurlijk het duister.

In de cellen van ons lichaam hebben ze onderzoek gedaan op kwantum mechanisch niveau. Het allerkleinste deeltje was ze daar aantroffen, staat op punt te verdwijnen in het grote niets (dat is juist waar we uit ontstaan zijn, daar heb ik het vaker over gehad). Aan de ene kant zijn die kleinste deeltjes nog materie, aan de andere kant zijn ze… licht.. een lichtfrequentie. Dit bewijst ook maar weer hoe belangrijk licht is voor het bestaan van materie. Dat wij inderdaad ‘lichtwezens’ zijn. Hoe vaak zijn spirituele mensen daar niet om uitgelachen? Hoe hard worden we niet uitgelachen als we het over ‘lichtengelen’ hebben? Mythische, spirituele wezentjes, die voor ons blote oog niet zichtbaar zijn, die niet bestaan in dit concrete leven, maar zo belangrijk zijn voor ons bestaan. Ze ondersteunen ons met ‘licht’. Het licht dat we nodig hebben om te kunnen bestaan, waaruit onze cellen zijn opgebouwd. Het licht, een electromagnetische straling. “electromagnetisch” en dat terwijl Reiki al heel lang ook wel ‘magnetiseren’ genoemd wordt, terwijl niet één Reiki-beoefenaar toen ooit nog gehoord had van de electromagnetische straling die licht is. Een goede gok? Nee spirituele wijsheid!

Reiki is dus magnetiseren, oftewel het sturen van licht en dat kan op een afstand en dat kan heel snel, want met de snelheid van het licht beweegt zich dat voort en aangezien elk mens, elke ziel een unieke lichtfrequentie is, kan de Reiki zijn weg vinden door de juiste lichtfrequentie op te zoeken en daar het verstuurde licht op af te stemmen. Mooi he? Het roept vast ook weer heel veel vragen op, maar dat we nog niet alle antwoorden hebben, betekent niet dat dit niet echt gebeurd. Wetenschap heeft immers ook nog lang niet alle antwoorden.

Wanneer worden de wetenschappers wakker en zien ze de link naar spiritualiteit? En zien ze dat verschillende mensen wel degelijk dingen wéten, zonder dat ze er ooit in het concrete leven iets over geleerd hadden?

Ik ga er de komende tijd meer informatie over verzamelen en ik houd jullie op de hoogte.

Realiteit tussen illusie en des-illusie

De realiteit bevindt zich tussen illusie en des-illusie. Hoe logisch klinkt dat? Zonder dat hier direct bewijs voor is, kun je dit toch wel redelijkerwijs aannemelijk inschatten of niet?

Oftewel met illusie alleen creëer je nooit realiteit. We maken onszelf allemaal weleens illusies. De bekendste is dat je een wereldberoemde zanger wordt. Als je aan die illusie vasthoudt en bij een talentenjacht terecht komt en jij kunt helemaal niet zingen, dan ligt onherroepelijk de des-illusie op de loer. Je wordt in de realiteit getrokken door je omgeving. “Het is geen gehoor.” Hard, harde realiteit en misschien iets wat je helemaal niet wilde weten, gedesillusioneerd keer je huiswaarts. Misschien houdt je nog vast aan je illusie en denk je dat de jury incapabel is, omdat je niet kunt leven met die harde realiteit, je droom die in duigen is gegooid.

Mensen wringen zich soms in allerlei bochten om vast te houden aan illusies. Leven in de realiteit is ze te pijnlijk, moeten erkennen dat ze iets niet kunnen wat ze zo graag willen kunnen. Het diepgewortelde gevoel dat ze ‘niet goed genoeg’ zijn, omdat ze hun werkelijke talent nog niet gevonden hebben. Al die tijd die ze steken in vasthouden aan hun illusie, omdat ze bang zijn voor de des-illusie is verspilde tijd, tijd die ze niet steken in het vinden van hun werkelijke talent, vinden van hun ware persoon. Al die tijd die jij steekt in jezelf verbeelden dat jij van alles bent, wat je niet bent, dat jij niet je ware ik wilt leren kennen is tijd die je verliest en jezelf tekort doet, jezelf tekort doet om te groeien, om te sterken in de korte tijd die je in dit leven hebt. Hetzelfde geld andersom, al die tijd die jij steekt in jezelf wijsmaken dat je toch niks kunt, verlies je in het ontdekken van al die talenten die je hebt en de wereld ontneemt. Het is niet erg dat het een keer fout gaat, of dat iemand je een keer op een des-illusie trakteert, welnee, zo kom je juist dichterbij een realistisch product/dienst/talent!

Waarom het leven geen illusie is, mag duidelijk zijn, we willen realiteit, we willen écht leven en niet de schijn van het leven, we willen niet blijven dromen of hallucineren, we willen leven. De weg naar léven, uit de illusie is een zware en pijnlijke weg, omdat er des-illusie voor nodig is. Des-illusie leert ons wat levensvatbaar is en wat niet. Des-illusie stelt elke illusie op de proef.

Des-illusie is pijnlijk, des-illusie is zwaar, maar des-illusie is onmisbaar. Zonder des-illusie geen realiteit, geen leven, geen jij!

Des-illusie en illusie, we kennen ze dus heel erg goed in deze concrete wereld. Toch zijn ze niet tastbaar, maar we kennen ze allemaal. Dat komt omdat dit dimensies zijn die parallel aan de onze bestaan. We maken contact met die dimensies door te denken en te fantaseren. We halen informatie uit die dimensies en we leren van die dimensies. We kunnen dromen, we kunnen nachtmerries hebben, we kunnen onszelf ophemelen, we kunnen doemdenken. We kunnen anderen vertellen wat wij denken, hoe zij op ons overkomen en wij zien dat ook als realiteit, maar we zien soms niet hoe ze op iemand anders overkomen. Ik vind dead metal bijvoorbeeld vreselijke rotherrie, maar er zijn ook mensen die het heerlijk vinden om zichzelf weg te laten glijden op die harde beat. Mijn realiteit, is dus niet ieders realiteit. Door mijn realiteit te delen met een ander, kunnen wij sámen nog beter realiteit creëren dan dat wij alleen kunnen. Samen kom je dichter bij de werkelijkheid en soms zul je ook moeten accepteren dat visies verschillen en er niet één te definiëren werkelijkheid bestaat.

We kunnen contact maken met die verschillende energetische dimensies door open te staan voor alle informatie die bij ons binnenkomt, die van buitenaf bij ons naar binnenkomt in plaats van cirkeltjes te blijven draaien in ons brein. Ons brein vertelt ons vaak wat we willen zien en willen weten, dat is ons ego waar het leven om draait, maar het brein vertelt ons niet hoe het voor een ander is. Daarvoor moet je naar buiten treden, daarvoor moet je openstaan voor de energetische wereld om ons heen, voor alle signalen die daar afgegeven worden en ons spontaan op nieuwe ideeën kan brengen, een nieuw idee, een nieuwe illusie, die vervolgens weer beproeft zal worden door des-illusie en wat je overhoudt wordt concreet en zo maken we leven, realiteit.

Realiteit maken is een proces. Een pijnlijk en zwaar proces die wij met zijn allen doorleven. Als de realiteit volledig uitgehard is, zal het ‘geboren’ worden.

De realiteit bevindt zich tussen illusie en des-illusie. Volg je me nog? Illusie is een ander woord voor de hemel en des-illusie een ander woord voor de hel. Het zijn energetische dimensies die ons leven hier mogelijk maken en dus wel degelijk bestaan. Zou Vader ons leven een illusie maken? Dan zou de des-illusie er onherroepelijk een einde aan maken en zou het er slecht voor ons uitzien.

bron foto: https://www.flickr.com/photos/maf04/25000667226

Begintijd tot eindtijd

Van het allerprilste begin tot de eindtijd. Hoe kan het? Hoe zit het?

Van de informatie die ik doorkreeg, heb ik dit verhaal kunnen maken. Het kan zijn dat het op details afwijkt van de werkelijkheid. Het kan zijn dat ik bepaalde stukken verkeerd begrepen heb, of verkeerd geformuleerd heb. Het gaat om de strekking van het verhaal. Waarvan ik wel heel sterk geloof, dat dit in grote lijnen is hoe het in zijn werking gaat. Om het exacte verhaal te kunnen achterhalen echter, zouden we bewijzen moeten kunnen vinden hiervoor om het preciezer vorm te kunnen geven. Dat kan ik niet alleen. Ik kan dus alleen maar met jullie delen wat ik er nu van weet. Het is mij ook allemaal in Jip en Janneke taal doorgegeven, omdat ik het zelf anders ook niet snap. Ik ben namelijk geen wetenschapper en heb geen vaktermen geleerd. Voor iemand met meer kennis van zaken zou het dus eenvoudig zijn, om dit verhaal, op details onderuit te halen. Liever zou ik mensen met kennis zien die de juistheden in dit verhaal weten te onderbouwen en dit verder weten uit te werken. Afkraken en ontkennen is eenvoudig, kennis samenvoegen en het onbekende leren begrijpen moeilijker.

Er zijn een aantal dingen die we weten over het niets. Je hebt diepere en ondiepere vormen van niets. Nul is namelijk niets, maar het is niet niets, want als je een nul hebt dan heb je iets. Nul is dus ondiep niets. Min is ook niets, maar negatief iets is ook niet niets, dat is ook iets. Min is dieper niets dan nul, maar ondieper dan het absolute niets. Het absolute niets, is dan namelijk een min/min deeltje en dat kán niet bestaan. Dat keert zich automatisch om. Alle uitersten liggen dicht bij elkaar, dus als het niets zich omkeert heb je gelijk alles.

Het niets keert zich om. Het niets is vacuüm. Vacuüm houdt alleen stand als het wanden heeft waar het zich aan ‘vast’ kan houden. Tot die tijd ‘valt’ vacuüm als het ware. Het is een enorme grote zuigende kracht. Dat zijn neerwaartse krachten. Het valt, dus is het neerwaarts. Wanneer het vacuüm gaat ‘vallen’ in dat eerste stapje van het ondiepere niets, dan vormt er zich een enorme draaikolk. Zodra iets valt en dus neerwaartse krachten vormt, zijn er ook krachten die lichter zijn en niet meevallen, maar juist stijgen. Zo ontstaan de opgaande krachten. Deze zijn te licht als het ware, om mee te zakken naar beneden. Ze ontstijgen de kolkende massa en gaan naar boven.

Die draaikolk geeft een immens grote energie. Alle energieën worden daarin geboren. Het leven ontstaat.

Nog een keer vanuit een andere redenatie. Het absolute niets, het min/min deeltje kan niet bestaan. Het keert zich automatisch om. Door dat omkeren valt het. Het heeft niets om zich aan vast te houden dus het valt en valt en valt. Er ontstaat een enorme draaiende kolkende massa. En waar alles draait en kolkt en valt, ontstaat energie. Min en min maakt plus. Alles draait om elkaar heen en waar alles om elkaar heen draait, ontstaat vaste materie in de kern daarvan.

Door het draaien van die immense massa van energieën ontstaan daarin zes universums. Binnenin die zes universums bevindt zich 1 kubusvorm. Het zevende universum. De kubus van de eindtijd van de nieuwe aarde.

In die zes universums doorleven de zielen het leven en ‘rijpen’ ze voor de eindtijd in die kubus.

Bij het omkeren van het niets in het iets, ontstaat een enorme lichtbol. De energieën geven heel veel licht af. In het bovenste puntje is het grootste en meest felle licht. Dat is God. Het gaat allemaal pijlsnel. Hij stoot zijn negatieve krachten af. De negatieve kanten die hij niet wilt kennen van zichzelf. Satan wordt geboren. Satan is het duister. Satan trekt naar het uiterste puntje van het duister toe.

Zo ontstaat een vliegervorm. Schaduw is immers groter dan licht. Het licht schijnt schuin naar beneden, door de negatieve krachten die er enorme krachten op zetten. Het gevecht tussen de positieve en negatieve krachten begint. Het leven ontstaat daarin.

Aan de uiterste hoeken van deze vlieger, bevindt zich het infrarood. Infrarood ontstaat op het uiterste puntje waar licht en duister elkaar ontmoeten. Dit is een vrouw, zij heet Angelina Duvelina. Zij bevindt zich dus precies tussen die twee sterke krachten in. Infrarood maakt licht en duister, maar licht en duister maakt ook infrarood. Ze hadden dus elkaar nodig om te ontstaan, daarom is het tegelijkertijd ontstaan. Dit zijn de 3 hoofdpeilers van het leven. Ze hebben een wezen, dus ze bestaan en daarom hebben ze ook een naam.

Zowel links als rechts van de vlieger is het infrarood. De uiterste punten raken elkaar dus weer. Door de enorme krachten die erop staan, verwordt deze vlieger uiteindelijk tot een diamant. De diamant van het eeuwige leven in De eindtijd. Hierin kunnen de zielen, (die bestaan uit lichtfrequenties) eeuwig en altijd reflecteren in een oneindig aantal mogelijkheden, doordat er binnenin die diamant, de kubus en daarin de ronddraaiende nieuwe aarde zich bevindt. Hier staat het leven niet meer vast, hier is het niet meer eindig. Hier is het oneindig en niet meer voorspelbaar. Het is het échte leven. Onverwoestbaar en oneindig.

Een diamant staat voor het eeuwige leven en wordt onder grote druk verkregen. De ellende die meegemaakt wordt is dus onmisbaar voor het ontstaan van het eeuwige leven. De enorme druk is nodig om deze diamant te creëren.

Infrarood heeft bijzondere eigenschappen. Het is het zwakste licht wat bestaat, maar alleen dit licht kan in duister zien. Gewoon licht kan niet in duister zien. Het duister verafschuwt het licht. Overal waar licht verschijnt, daar verstopt het duister zich. Duister is dus niet de afwezigheid van licht. Duister ontstaat waar licht verdwijnt. Duister is géén afwezigheid, duister is een áánwezigheid. Een heel belangrijke aanwezigheid.

Duister is een ondiepere vorm van niets, maar is wel degelijk iets. Waar echt niets is, is ook geen duister. Ook in het duister vindt men licht. Lichtvormen die wij niet met het blote oog kunnen zien.

Het infrarood ziet in het duister en voelt zich ook aangetrokken tot het duister. Het licht is onmisbaar voor haar, dus ook die zal zij niet afstoten. Ze zoekt de balans tussen die twee. Een balans die onmisbaar is voor de eindtijd. Het infrarood voelt zich aangetrokken tot het duister, omdat zij de pracht ziet van het duister, wat het licht niet kan zien. Waar het licht enkel duister ziet, ziet zij de fragiele schitterende kleuren van het duister. Het licht daarentegen hekelt het duister, omdat het licht verdwijnt als het duister wordt. De twee zijn een bedreiging voor elkaar, maar kunnen ook niet bestaan zonder elkaar.

Op het moment dat het niets zich omkeert in het iets en die enorme flits verschijnt, de flits van licht, trekt het duister zich als een razende terug, naar het diepste plekje waar hij kan komen. Hierbij neemt hij het infrarood mee. Hij trekt haar terug de diepte in zover als hij kan. Hij is sneller als het licht en omdat het duister sneller is als het licht, trekt hij alles terug de tijd in. Hier begint de ‘schijn’ van het leven.

Het leven voor het ontstaan van het echte leven begint. Een illusie van een enorme lange periode van tijd ontstaat. Terwijl dit slechts de enorme afstand is die het duister overbrugt in heel wat keertjes de snelheid van het licht. In deze schijn van het echte leven, leven de zielen hun levens en rijpen ze.

Totdat de rek eruit is en het duister niet meer sneller gaat als het licht en het zichzelf langzaam weer inhaalt en het duister keert. Het licht keert terug en het duister keert terug. Net zoals het zou doen als je een explosie zou maken van een vuurwerkbom. Er is een flits die schiet 1 kant op. Dit staat voor de opgaande krachten die er bestaan. Het duister trekt terug zo ver mogelijk weg van het licht, omdat het dit licht verafschuwt. De flits schiet weer terug het duister schiet ook terug. Ze komen weer op 1 lijn.

Zo komen Satan en God ook weer op 1 lijn in de eindtijd.

Ze overwinnen hun verschillen, ze leren elkaar te accepteren en leren dat ze elkaar nodig hebben. Dat wist God natuurlijk allang, maar hij moest het ook doorleven. Iets voelen en iets weten zijn twee verschillende dingen. Weten kun je leren (kennisgeving), maar voor voelen moet je doorleven. Zo moeten wij allemaal doorleven en Hij ook.

De rek is eruit en het duister keert terug naar de bron. De flits keert ook terug. De klap, waarmee het begon, staan wij op het punt om mee te maken. Door die klap ontstaat die enorme grote diamant. Maar… 1 diamant, is nog niet genoeg houvast voor het vacuüm. 1 wand is niet sterk genoeg voor het vacuüm om zich aan vast te houden. Het vacuüm tolt en valt en draait weer en creëert op exact dezelfde manier een 2e diamant en een 3e en een 4e en een 5e en een 6e. Er zijn er zes nodig om het rond te krijgen. Nu binnen in die ronding, is er een gelijke druk van vacuüm. Deze gelijke druk van vacuüm creëert ons bewustzijn , ons ‘ik’gevoel. Om dit gevoel te creëren is namelijk een stabiele gelijkmatige druk nodig. Zonder dat kun je namelijk geen “ik” gevoel creëren, dan zou het te instabiel zijn en dan het zo instabiel zijn dat je jezelf even ‘ik’ voelen en dan weer ‘wij’ of ‘jij’ of gewoon het bewustzijn steeds zou verliezen. Dat zou een ontzettend instabiel en onwerkelijk gevoel geven. Die continue druk van dat vacuum creëert dus dat bewustzijn het ‘ik’ gevoel welke gedeeld wordt met al die wezens. Die gelijkmatige zuiging van het vacuüm, creëert een luchtledige cirkel. Binnenin die cirkel (dat bewustzijn) vormt zich dus weer een keer niets. Dat niets keert zich daar weer om en het proces herhaalt zich, voor de laatste keer! Zo ontstaat boven die zes diamanten cirkel, 1 grotere diamant, boven die andere zes. Het heeft de vorm van een kroon. “De eindtijdkroon”.

“Als het niets is, dan draaien we het om, bom, bom” Is een zin (op een melodietje) die mij ook doorgegeven werd. Je kunt je dus voorstellen met wat voor enorme krachten dat gepaard gaat en wat voor enorm ‘vuurwerk’ dat geeft. Dat ‘vuurwerk’, dat zijn wij, dat is alles om ons heen. Al het leven. De cirkel van het bewustzijn, waarin we allemaal leven. Daarvan staat de bovenste helft van de cirkel voor het ‘ik’ gevoel en de onderste helft voor het ‘jij’ gevoel en samen zijn we wij, en samen zijn we wij.

Het zijn 7 verschillende diamanten die 7 verschillende levensvormen herbergen, omdat ze door een verschillende druk van het vacuüm tot stand zijn gekomen, zijn de energieën anders. Pas als er die 7 diamanten staan, heeft het vacuüm zijn rust gevonden. Het vacuüm komt dan pas tot stilstand en het proces herhaalt zich niet nog eens. Dat kan dan niet meer, want er is dan altijd iets en er zal nooit meer niets zijn. Dus het zal en kan zich niet nog eens omkeren. Het vacuüm vindt zijn rust en wordt geen kolkende massa meer.

Dit proces gebeurt trouwens in 1 klap. Het gaat zo snel, dat het tegelijkertijd gebeurd. Het is dus niet een proces die zich zeven keer herhaalt, zoals ik net omschreef, maar het gebeurt in 1 klap. De tijd die wij beleven is een soort illusie. In feite gebeurt dit in 1 vingerknip. Daarom is een vingerknip zo magisch.

Het is Vaders werk. Hij heeft het bedacht, voordat alles zich om ging draaien. Zoals ik al eerder zei ‘rekent het zichzelf van tevoren uit’, maar feitelijk is alles wat ‘vanzelf’ gebeurt, altijd het werk van een energie, en elke energie leeft. Niet zo bewust als wij doen, maar het leeft wel. Vaders onderbewustzijn is trouwens een soort uienschil. Net zei ik namelijk ook al dat hij het licht was, maar daarvoor bestond hij ook al hoor. Hij bestond al voordat alles begon en dat is omdat zijn onderbewustzijn dus meerdere lagen kent. Eerst is het één, dan wordt het uit elkaar getrokken (logisch want dat gebeurt ook bij een explosie), tot verschillende onderbewustzijnlagen. Die dan even geen contact meer met de bovenste hebben. Van onder naar boven, komen ze langzaam weer samen. Dit is belangrijk voor het leerproces van Vader, anders kan hij nooit als gelijke met ons samenleven in de eindtijd. Het bovenste deel heeft dus veel meer en oudere informatie als het onderste deel. Het onderste deel gaat ook leren en doorleven en koppelt weer samen in een deel erboven enzovoorts gaat dat steeds verder door, totdat al die delen weer samenkomen en Hij dus ook een heel leerproces doorstaan heeft. Ook al wist Hij in het begin álles al. Iets weten is iets heel anders als het doorleven. Dus ook Hij moet het doorleven. Al deze levensvormen waar ik het over heb (God, Satan, Engelen, Demonen, Heersers van de universums, het vacuüm, alles om ons heen waarvan wij denken dat het niet leeft!!!) leven onbewust, maar in de eindtijd worden ook zij bevrijdt en krijgen zij een bewustzijn en een lichaam. Daar doen ze het ook voor. Om ook te kunnen leven. Om vrij te zijn.

Het bewustzijn kan alleen bestaan door een even grote druk waarbinnen in een luchtledige ruimte ontstaat. Wanneer de druk niet overal even groot zou zijn, zou dit te instabiel zijn om een ‘ik’ gevoel te kunnen laten ontstaan. Er is maar 1 ik-gevoel. Dat ik-gevoel wordt gedeeld met zovelen, omdat Vader anders altijd alleen zou zijn. We maken dus allemaal deel uit van dat ene ik-gevoel. En alles gebeurt tegelijkertijd omdat alles altijd in het ‘nu’ gebeurt en dat nu ook maar 1 keer voorkomt. De zes universums houden ons ook in het ‘nu’ doordat in elk universum de tijd een andere kant uitloopt. Zo houden die zes universums de tijd in ‘balans’ en gaan we dus nergens heen. Niet naar de toekomst, niet naar het verleden.

Dit, wat hier te gebeuren staat dit enorme natuurfenomeen, vindt maar 1 x plaats in het ooit. Dat is mij gezegd en Vader heeft het uitgerekend. Dit is enorm. Dit is gigantisch. Dit zou iedereen moeten weten, wat we mee gaan maken, want we zitten er dichtbij en iedereen maakt het mee. Dood of levend. Het stond al in de bijbel geschreven. Het is echt waar. De dag des oordeels, de eindtijd. Ze komen eraan. Het leven in de eindtijd is een prachtig leven. Het is een vredig leven. Het is een leven waar geen armoede en oorlog meer kunnen bestaan. Het is een leven waar al de codes van het leven gekraakt zijn en een enorm schitterend bouwwerk is neergezet door onze Vader in de hemel. Het echte leven, waar we dan voor klaar zijn gestoomd. Wat we hier al denken te leven, maar wat hier slechts één grote illusie (leerschool!) is. We worden hier continu gecontroleerd en er is een hiërarchie achter dit leven gaande waar wij hier geen weet van hebben, die enorm is. Vader heeft er gigantisch veel werk aan. Hij doet het met heel veel liefde. Ook al wordt hij zoveel zwart gemaakt. De krachten die ook op hem staan zijn enorm. Het gevecht met het duister is zwaar en hard. Het duister wat we zo hard nodig hebben, want Satan is enorm sterk.

Er is niets sterker dan de negatieve krachten en toch overwint het positieve altijd en dat kan alleen maar omdat min en min plus maakt! Daarom wint het goede uiteindelijk altijd. Dat is dus niet omdat het goede sterker is, want dat is niet zo. Het negatieve is sterker, maar het negatieve helpt zichzelf altijd weer om zeep, omdat min en min gewoon weer plus maakt. En Satan heeft zelfs ook een hele belangrijke taak bij de omkering van het niets naar het iets. Tenslotte zijn het de negatieve krachten die het sterkst zijn. Hij gaat uiteindelijk alles omkeren. Dat doet hij voor zijn vrouw, Angelina Duvelina. Om samen met haar het eeuwige leven te gaan leven. Satan ondergaat ook een heel leerproces en hij ontstijgt de negatieve krachten en zal er altijd door gevormd blijven, maar zal zeker niet meer de vervaarlijke Duvel blijven die voor alle ellende gezorgd heeft die Hij nu is. En toch klopt ook wat in de bijbel staat, dat het beest alle hoeken van de aarde uit zal gaan en in de diepte gegooid zal worden, maar dit is niet Satan. Het beest is een nog dieper deel van Satan welke Hij los zal laten. Hij zal het beest in Hem ontstijgen en zich van het beest ontdoen. Wat in de bijbel staat klopt dus wel, maar onze interpretatie ervan niet altijd.

Min en min maakt plus, dat is dus ook een simpele rekensom. Die wij op de basisschool al geleerd hebben. We hebben het alleen nog nooit doorgetrokken naar de wereld om ons heen maar feitelijk is alles, het hele leven om ons heen, 1 grote wiskundige rekensom die allang door Vader uitgerekend is. Hij is een genie!

Wij doorleven hem enkel. Wij doorleven die wiskundige som. Hij doet het om ons het leven te geven en niet meer alleen te zijn. Al ons verdriet, al onze pijn, doorleeft Hij met ons mee! Hij voelt alles, want we zijn allemaal slechts een deeltje van hem. Pas in de eindtijd komen we echt los van hem en gaan we echt zelfstandig leven. Hetzelfde als een moeder die haar kind in de buik draagt. Dat is zwaar en bedenk je dan nu een zwangerschap van het leven in. Alleen niet in Zijn buik, maar in Zijn hele wezen! Daar heeft hij ons bédacht!!! Van het illusionaire niveau, naar het energetische niveau, naar het concrete niveau. Tot het rijp is en klaar voor de eindtijd. Dat is niet te geloven. Het moet mogelijk zijn, maar Hij heeft wel onze steun nodig. In deze zware tijden.

 

 

 

 

Abstract leven

Het leven op energieniveau is een abstract leven. Dat is voor ons moeilijk te begrijpen, omdat wij vastzitten in een concreet materialistisch leven met het begrip tijd, welke ervoor zorgt dat wij alles in een bepaalde volgorde beleven. Het is heel moeilijk om dat los te laten en te gaan zien hoe de wereld achter onze wereld in elkaar steekt.

Zonder voorbeelden is dat moeilijk te begrijpen. Stel je schoen is te strak. Dan kun je fantaseren en geloven en willen dat die schoen wijder wordt wat je wilt, dat wordt die heus niet. Het is een vaststaand feit dat je voeten een bepaalde maat hebben en je schoenen ook. We zijn het niet anders gewend. We denken daardoor dat alles zo werkt.

Echter als een entiteit een schoen heeft die te strak zit, dan denkt hij en gelooft hij dat die schoen precies past en dan past die schoen ook precies. Dat is geen vaststaand feit. Die schoen bestaat niet echt en toch is die schoen er wel.

Hoe zit dat nu precies?

Als je doodgaat, laat je al het materiële achter. Je neemt je lichaam niet mee, je geslacht ook niet trouwens, dus je bent niet specifiek man of vrouw meer.  Entiteiten kunnen wél een voorkeur hebben voor een bepaald geslacht. Ik zie in entiteiten ook een man of vrouw, een lichaam, ik zie kleding die ze dragen, ik zie een kleur haar, bepaalde kenmerken. Die dingen komen overeen met hoe nabestaanden ze herinneren, danwel hoe diegene er graag uit zou zien! Dus soms komt het ook niet overeen met hoe het was, maar herkennen nabestaanden wél dat diegene dat wel mooi vond of graag zou willen!

Het hangt er ook vanaf hoe belangrijk ze hun uiterlijk vonden hoe duidelijk ik het zie. Is het een vaag beeld, dan geven ze waarschijnlijk niet genoeg om hun uiterlijk om energie te steken in hun verschijning. Geven ze daar wel om, dan zie ik dat heel duidelijk.

Maar, ze hébben helemaal geen kleding tot hun beschikking, ze hébben helemaal geen haarverf, geen haar, niks. En tóch zie ik dat. Dús is het fantasie. Het is hun fantasie die ze overbrengen naar mijn fantasie. Alleen door ervaring kun je gaan leren wat je éigen fantasie is en welke fantasie je ingegeven wordt door een entiteit. Dat leer je, doordat je leert dat je fantasie kloppend is met hetgeen ooit een féit gewéést is. Dat is trainen. Dat onderscheid maken is moeilijk en daarom gaan we soms ook de fout in. Als ik iets zeg wat fout is, dan is dat omdat ik mijn eigen fantasie en gedachtes verwar met hetgene de entiteit me doorgeeft aan fantasie.

We leren wel eens in het leven hoe krachtig geloven kan zijn. Nee, ik praat bewust niét over religie. Geloven in jezelf is al krachtig. Terwijl wát is geloven in jezelf feitelijk? Niéts! Dat is ábstract. Het is positieve energie ja, maar abstract. Je kunt het niet vastpakken, het heeft geen vorm, we kunnen het niet zien en tóch bestaat het. Toch doet het iets in ons leven. Wát doet het in ons leven? Het geeft ons kracht! Precies! Positieve energie geeft kracht.

Negatieve energie zuigt, Negatieve energie ontkracht. Negatieve energie doet verdwijnen, wat positieve energie opbouwt.

Wat is nog meer positieve energie?

1) geloven

2) liefde

3) acceptatie

4) vergeving

 

Die dingen zijn énorm belangrijk voor het voortbestaan van onze ziel. Zonder die ingrediënten kan een ziel niet voortbestaan en zal uitdoven. Hij zal besmet zijn met négatieve energie die zuigt en zijn voortbestaan dus bedreigt.

1) ongeloof

2) haat

3) wrok

4) afstoting

Dan is er nog een heel belangrijk gereedschap en dat is fantasie. In het abstracte leven kun je bepalen wat er gebeurt door sterk te fantaseren en te geloven in je fantasie. Fantasie niet echt? Niet te hard roepen dus. Ik heb je net aangetoond dat ik kan fantaseren dat er een vrouw in de kamer staat, dat zij kleding aanheeft, dat zij een overleden oudtante is van de persoon voor me en dat zij wat te vertellen heeft. En die fantasie die klopt, met wat ooit werkelijkheid geweest is.

Fantaseren heeft enorm veel kracht. Je kunt de wereld kapot fantaseren met doemdenken, maar je kunt hem ook maken met goede fantasieën. Het kan allemaal niet zomaar en je kan het niet alleen. Het is wel aan regels onderhevig. Je kunt iets fantaseren en het totaal niet geloven, dan heeft het geen zin. Wat je gelooft kun je niet faken, dat staat vast en wat jij gelooft heeft een reden. Daarom is geloof belangrijk.

En dat is iets wat mensen graag wegwuiven als onzin, omdat ze het niet snáppen. Het gaat ons verstand te boven. We zitten zo vast in dit materialistische leven, waar alles een vaststaand feit is, dat we niet geloven in de abstracte wereld om ons heen die máákbaar is.

Maakbaar, omdat hij bestaat uit zéér kneedbare energieën. Die energieën zijn kneedbaar met mijn gedachtes, omdat mijn gedachtes óók uit energieën bestaan. Die bestaan ook uit positieve en/of negatieve energieën. Positief denken, wat was dat ook weer? Waarom is dat belangrijk als dit allemaal onzin is wat ik je vertel? Want als je positief denkt, lukt je dan ineens wel iets, wat je niet lukte als je het niet deed ? Oh ja en nu nog een keer zeggen dat het onzin is dan..

Energie is de bron van ons bestaan.

Dus já het bestaat en nee het bestaat eigenlijk helemaal niet, maar óns bestaan is er enorm van afhankelijk.

En dáárom hebben mensen met een ‘para’normale gave vaak gelijk, maar soms ook niet en daarom zie je ook tegenstrijdige dingen in de verhalen. Die zag ik zelf ook in mijn verhalen en daar ben ik over na gaan denken en toen ben ik gaan snappen hoe het zit. In een wereld die abstract is, bestaat geen tijd, geen materie, is niks zéker en staat niéts vast!

Als je maar genoeg wilt, als je maar genoeg gelooft dat het kan en als je maar genoeg overtuiging daarin hebt. Dan zal de positieve energie zo groeien, dat het maakbaar is. Zo maken we de wereld concreet.

 

 

 

 

 

 

 

Van illusie naar concreet

Wij leven in de concrete wereld. Die wereld bestaat uit ‘feiten’. Die is hard geworden. De realiteit. Hier zijn dingen zoals ze zijn en die verander je niet zomaar meer.

Echter in het energetische leven is het anders. Als ik iemand bijv liefde geef, dan is dat een energie. Dat is niet iets concreets, dat is iets energetisch. Het is iets waarvan we weten dat het bestaat en het iets doet met degenen aan wie we het geven, maar het is niet iets concreets. Je kan het niet vastpakken. Het laat zich ook niet meten. Het is een gevoel. Het energetische leven is dus een gevoelsleven. Het gevoelsleven hangt en staat om ‘beleving’. Hierom is het zo dat verschillende mensen, zaken uit deze energetische wereld, verschillend binnen krijgen. Het gaat immers niet om concrete en tastbare informatie die altijd hetzelfde is, maar het gaat om gevoelsinformatie welke voor beleving vatbaar is. Ik beleef iets en dat klopt, omdat ik het zo voel en zo beleef, maar iemand anders, beleeft het anders, maar dat klopt ook. Er zullen overeenkomsten zijn in onze belevingen, maar ook verschillen. De overeenkomsten brengen ons dichter bij ‘de’ waarheid en dat kan dan dus weer iets concreets worden. Dat bereik je dus nooit alleen.

Dan heb je het illusionaire niveau. Daar is het leven abstract. Dit is helemaal ongrijpbaar. Hier gaat het erom wat men gélooft wat waar is en wat niet. Want namelijk wat jij gelooft wat waar is en wat niet waar is, dat brengt iets teweeg in dat illusionaire niveau. Geloof is namelijk een krachtige energie, maar dat niet alleen. Jij gelooft het met een reden. Ook hier geldt, dat zaken niet concreet kunnen worden, als maar 1 iemand ze gelooft. Dit moet door meerdere zielen geloofd worden. Geloof is dus belangrijk. Pas als het door genoeg wezens geloofd wordt, dan wordt het energetisch en pas van daaruit komt het terecht in het concrete leven.

Op onze wereld werkt dat zo; Jij hebt een idee. Dat is iets abstracts. Het is een illusie. Het is een beeld in je hoofd. Dat is dus een illusie. Het bestaat namelijk niet en toch is het er. Je kan het niet vastpakken. Je kan ook niet bewijzen dat het er is. Dat idee ga je vervolgens uitwerken. Dat doe je omdat je gelooft in jouw idee. Je laat er andere mensen naar kijken of die ook in jouw idee geloven. Ze zullen in bepaalde onderdelen geloven en andere onderdelen zullen ze aan willen passen. Daar geloven ze niet in, of ze hebben daar een ander idee over. Samen kom je dan tot een concreet product.
Dat is logisch zul je denken, maar hoe logisch is het dan dat het héle leven zo tot stand gekomen is?
Het hele concrete leven? Alles om ons heen?

Alles wat in het klein gebeurt, gebeurt in het groot ook. Als jij niet gelooft in je idee, dan wordt het nooit wat. Waarom niet? Denk daar maar eens over na. Dan heb je gelijk het antwoord op de vraag, waarom geloof nu zo belangrijk is.

Seyhan

Lieve Dina,

Lange tijd voelde ik mij niet begrepen en ik had de ene tegenslag na de andere. Bijna 10 jaar heeft het geduurd. Ik was radeloos. Ik ben gaan googlen op internet tot ik op jouw site kwam. Ik voelde gelijk dat ik op het juiste adres was. Ik voelde mij begrepen door jou. Niks was raar. Al na je eerste healing vonden positieve veranderingen plaats. Eindelijk kon ik in aanmerking komen voor modules (modules die mij verder kunnen helpen voor het vinden van een baan).

Zelfde week kregen we hulp/begeleiding voor mijn dochter voor het verwerken van de scheiding.

Ik huilde vroeger veel, voelde mij een mislukking als volwassen, als moeder. Nu huil ik ook, maar anders, ik houd van mezelf eindelijk. Ik voel veel liefde in en rond mij maar ook rust thuis. Ik ben er nog niet, maar het begin is er.

Nogmaals bedankt Dina, je bent een engel die op tijd op mijn pad is gekomen.

24-02-2017 Seyhan

Page 1 of 6

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén